Jouw regio: ,
Wijzig regio
Jouw regio: nog niet opgegeven
Wijzig regio
  • Het beste voor jouw kleintje

    Al eeuwen is het gebruikelijk dat kersverse moeders hun kleintje bij zich dragen op allerlei manieren. Zo kan de moeder haar werk doen met het kleintje bij zich, tussendoor gemakkelijk even voeden en het kleintje aandacht geven. In de verschillende culturen zie je diverse draagmethoden, met doeken, dekentjes, een handdoek of speciaal ontworpen dragers.

    Bij een pasgeboren kleintje kun je zien dat de natuurlijke houding wordt aangenomen wanneer je kleintje tegen je aan ligt: de knietjes opgetrokken, handjes bij het gezichtje en de rug gebold. Dit noemen we ook wel de ‘kikker­houding’ of ‘M-houding’.
    Wanneer je kleintje gedragen wordt in een draagdoek of ergonomische drager, zorg er dan voor dat je kleintje die ‘M-houding’ aanneemt. De juiste hoogte kun je eenvoudig bepalen. Als het goed is, kun je een kusje bovenop het hoofdje geven. De doek (of drager) ondersteunt je kleintje van knieholte tot knieholte, waarbij de knietjes hoger zitten dan de billetjes. Het ruggetje is mooi bol en wordt ondersteund door de doek of drager. Deze ergonomische houding zorgt ervoor dat het ruggetje van de baby niet overbelast wordt. Het is ook de meest gunstige houding voor een optimale ontwikkeling van de heupjes.
    Liggend dragen raden we af. Je kindje ligt dan met het kinnetje op de borst (dat bemoeilijkt het ademen) en ligt verstopt in de doek / drager. Hierdoor kan het snel warm worden en is het moeilijk om verse lucht in te ademen. In oude gebruiksaanwijzingen kun je de liggende houding nog wel tegenkomen. Het wordt daar ook wel de ‘komma-houding’ genoemd.

    Wat draagt je kindje?
    Wanneer je je kleintje wilt gaan dragen en lekker buiten wilt gaan wandelen, vraag je je vast af: ‘Wat trek ik mijn kleintje aan?’ We kunnen je wat richtlijnen geven waarmee je kunt proberen wat voor jou en je kleintje prettig is. Elk kindje (en elke ouder) is anders en heeft een eigen temperatuurregulatie. De voorbeelden die we hier noemen zijn dus bedoeld als richtlijn: probeer het, kijk en voel of je iets moet veranderen. Wanneer je kleintje tegen je aan ligt, geven jullie warmte aan elkaar af. Daarbij vormt de draagdoek (of drager) een extra laagje. Je kunt je kindje dragen zo vaak en zo lang jullie dat samen fijn vinden. In het nekje van je kindje kun je goed voelen of hij het te warm heeft. Ook een bezweet of rood aangelopen gezichtje maakt duidelijk dat hij te warm is. Aan de voetjes en onder­beentjes kun je juist goed voelen of je kindje het te koud heeft. Een kindje dat oververhit of juist onderkoeld is, wordt heel rustig en lijkt tevreden. Laat je dus niet bedriegen en let goed op of je kindje de juiste temperatuur heeft.

    Meer weten? Leren hoe je je kindje kunt dragen? Onze volledig gecertificeerde Die Trageschule consulent helpt je graag. Maak een afspraak voor een consult of meld je aan voor een workshop! Je bent ook van harte welkom in onze winkel.

    Leave a reply →

Reageer op dit artikel

Cancel reply