Jouw regio: ,
Wijzig regio
Jouw regio: nog niet opgegeven
Wijzig regio
  • Didy Pijpker: ‘Vervelende kinderen bestaan niet’

    Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar vak praat. Didy Pijpker is een vakvrouw in hart en nieren: ‘Docent Nederlands is niet alleen mijn vak, maar ook echt wie ik ben’, klinkt het gepassioneerd. Haar benoeming in oktober 2017 tot Leraar van het Jaar voor het voortgezet onderwijs is dan ook meer dan verdiend en een prachtige kroon op haar werk. Ze spreekt vol liefde over ‘haar’ vmbo-leerlingen van de Rutger Kopland School in het Oost-Groningse Siddeburen.

    Hoe is het allemaal begonnen?
    ‘Ik wilde altijd al juf worden. Als kind speelde ik met mijn poppen, beer en schoolbord vaak schooltje. Na het afronden van de Pedagogische Academie kon ik aan de slag op een basisschool in Delfzijl. Na vier jaar was ik echter boventallig. De banen in het basisonderwijs lagen destijds niet voor het opscheppen, maar met mijn diploma mocht ik ook als docent Nederlands in het middelbaar onderwijs lesgeven. Daar stond ik als 24-jarige dan ineens voor een klas met 31 leerlingen van 14 en 15 jaar. Ik had hen totaal niet in de hand en dat voelde vreselijk. Ik heb vaak huilend op de gang gestaan en wilde ermee stoppen. Uiteindelijk heb ik de kinderen verteld wat hun gedrag met mij deed. Ik heb me heel kwetsbaar opgesteld, maar het werkte. En vanaf dat moment ging het alleen maar beter.’

    Waarom heb je specifiek voor het vak Nederlands gekozen?
    ‘Dat is een geluk bij een ongeluk geweest. Op de basisschool was het niet mijn beste vak. Ik was wel een prater en schrijver, maar niet zo goed in spelling. Daardoor dacht ik dat ik niet goed in Nederlands was. Maar spelling is juist iets wat je gewoon kunt leren. Dat houd ik mijn leerlingen dan ook altijd voor. Als ik hen fictie laat schrijven, corrigeer ik dat werk met potlood. Bij zo’n opdracht gaat het immers om het verhaal. Alleen bij het nakijken van een proefwerk gebruik ik een rode pen. Nederlands is ontzettend belangrijk als je goed wilt functioneren in de maatschappij. Als je de taal niet voldoende machtig bent, kun je je kennis niet vergroten. Goed communiceren wordt lastig als je geen nuances aan kunt brengen, omdat je woordenschat te klein is. Maar je hebt ook Nederlands nodig om bijvoorbeeld huursubsidie aan te vragen.’

    Waar onderscheid jij je in ten opzichte van anderen?
    ‘Ik begin de dag altijd met iets leuks: een nieuwsberichtje of een gedicht. Moeilijke woorden leg ik uit waardoor de woordenschat spelenderwijs wordt vergroot. Die tien minuutjes voordat de les écht begint, werken voor mij heel fijn, maar voor de kinderen ook. Het zorgt voor een ontspannen sfeer. Natuurlijk gebeuren er bij mij in de klas ook wel minder leuke dingen. Toch geloof ik niet in vervelende kinderen. In vervelend gedrag daarentegen wél. Maar als het is uitgepraat, is het voor mij ook klaar. Ik laat ieder kind elke dag opnieuw beginnen. Ieder kind moet zich iedere dag gezien voelen. Dat stukje aandacht voor elkaar is zó belangrijk. De school is toch een soort minisamenleving en wat is er mooier dan er voor elkaar te zijn? Door dát voor te leven, hoop ik een voorbeeld te zijn.’

    Wat is jouw gouden tip voor de lezer?
    ‘Denk nooit dat je iets niet kunt. Hoe je over jezelf denkt, is vaak het resultaat van wat anderen over je zeggen. Angst en valse bescheidenheid zijn funest. Evenals schaamte. Ook dat is vaak één van de redenen waarom je iets niet durft. Probeer het gewoon. Komt tijd, komt raad. In het ergste geval zul je constateren dat je het inderdaad niet kunt of dat het niet lukt. Maar een slechte ervaring is óók een ervaring en daar leer je van.
    Je moet gewoon je hele leven blijven proberen en niet denken dat je uitgeleerd bent. Soms moet je gewoon je ogen dicht doen en springen. En dat is soms best spannend. Vastigheid opgeven bijvoorbeeld is heel eng. Maar als je ongelukkig bent met wat je doet of werkt in een organisatie waar je niet kunt zijn wie je bent, kun je beter opstappen.’

    Wie is jouw rolmodel?
    ‘Dat vind ik een lastige vraag. Misschien Harm de Jong, mijn docent Nederlands op de Pedagogische Academie. Hij liet zien dat je als docent leerlingen ook op andere manieren iets kunt leren dan alleen vanuit een boek. Ik denk dat daar ten diepste mijn liefde voor het vak Nederlands is ontstaan. Maar in een breder perspectief wellicht mijn moeder, en met haar alle vrouwen die het mogelijk hebben gemaakt dat wij als vrouw tegenwoordig gewoon kunnen doorwerken. Ik ben dankbaar voor al die vrouwen die mij in de geschiedenis zijn voorgegaan en die voor ons gevochten hebben. Maar ik zie al mijn collega’s – docenten, mijn teamleider, maar ook de conciërge en de schoonmaaksters – eveneens als mijn voorbeeld. Dankzij hen kan ik zijn wie ik ben en zij geven mij daarin alle vrijheid.’

    Wanneer heb je tijd voor andere dingen?
    ‘Ik ben altijd blijven werken, ook nadat ik trouwde en onze beide zoons geboren werden. Ik wist dat ik er waarschijnlijk niet meer tussen zou komen als ik zou stoppen. Ik wilde niet alleen maar moeder en vrouw zijn, maar me ook blijven ontwikkelen. Mijn man heeft mij daarin altijd alle ruimte gegeven. We verdeelden de taken in huis en hadden een heel lieve oppas voor de kinderen. Die drang naar vrijheid en jezelf ontdekken, vind ik heel belangrijk. Daardoor heb ik me kunnen ontplooien tot wie ik ben. Zo ben ik naast het lesgeven ook leerlingen, bij wie het thuis of op school niet zo lekker loopt, gaan begeleiden én lesmateriaal voor Noordhoff Uitgevers en Diataal gaan schrijven. Maar daarnaast neem ik ook mijn ontspanmomenten door lekker te koken, tuinieren, fietsen, sporten of creatief bezig te zijn.’

    Leave a reply →

Reageer op dit artikel

Cancel reply