Jouw regio: ,
Wijzig regio
Jouw regio: nog niet opgegeven
Wijzig regio
  • Geadopteerd – deel 2

    Het ‘dossier’ leerde, dat mijn moeder een non was. Ik was ongeveer 20 toen mijn ouders het voor me openden. Dat mijn broer en ik geadopteerd en van verschillende afkomst waren, wisten we zolang we ons konden heugen, maar dat ik ooit te weten zou komen wie mijn biologische moeder was, had ik niet verwacht. Ik was er niet mee bezig geweest. Het dossier was een onverwacht cadeau.

    Het dossier gaf me aanwijzingen hoe haar te vinden. Ze schreef terug hoe fijn ze het vond dat ik met haar in contact wilde komen. Ze zou een jaar later met verlof naar Nederland komen, samen met haar broer, die pater was in de Filippijnen.

    Ze kwamen. In mijn hoofd speelden zich films af over tv-programma’s waar adoptiefkinderen en hun biologische ouders elkaar snikkend in de armen vielen. Ik hoorde een autodeur slaan en liep naar buiten om hen te begroeten en dacht: ‘O, da’s apart: ik kén ze!’ en gaf hen een begroeting als ik goede bekenden zou hebben gegeven. Ze hadden geen religieus gewaad aan. Eerder casual en ietwat gedateerd. Ze volgden me glimlachend naar binnen en voor we het wisten, waren we in gesprek alsof we elkaar inderdaad al járen kenden…

    ‘Een echte Verstraelen!’ bleek pater zuster toegevoegd te hebben toen ik hen tegemoet liep. Ik bekeek hen vanaf mijn stoel terwijl we aan de koffie zaten. Ik luisterde naar hun stemmen. Mijn Haarlemse spraak week af van hun Limburgse. Maar verder… Ik was verrast, verbijsterd eigenlijk, dat we onmiddellijk met elkaar konden praten over belangrijke zaken. Wat was er indertijd gebeurd? Hoe had ze geleefd? Pater Eugène luisterde meer dan dat hij sprak. Hij glimlachte en maakte af en toe een opmerking waaruit een zacht gevoel voor humor sprak. ‘Dalai Lama’, dacht ik, terwijl ik hem bekeek. Een gedachte die in de veertig jaar die zouden volgen, steeds meer bewaarheid werd.

    ‘Toen ik mij schuldig voelde over wat mij was overkomen’, sprak zuster (ik zou haar – tot op dit moment van schrijven – altijd ‘zuster’ blijven noemen, ook al werd ze in de jaren daarna steeds meer ‘mijn moeder’ in mijn hoofd) en ik ook nog duidelijk zwanger was, zei Eugène tegen me: ‘Zusje, er bestaat maar één zonde, en dat is de zonde tegen de Liefde. Die zonde heb jíj niet begaan!’ En ze vervolgde: ‘Zijn opmerking maakte dat ik mij veel beter kon voelen over mijn zwangerschap en daardoor kon kiezen voor jou, die eerste anderhalf jaar.’

    Eugène was professor aan de universiteit van Cebu in de Filippijnen, maar zou met wat vrijgekochte straatjongens een nederzetting stichten op het meest oostelijke eiland Dinagat. Zuster volgde hem en samen bestierden zij de neder­zetting ‘Beloved’, waar ik met mijn jonge gezin een aantal malen zou vertoeven.

    De avonturen die ik daar beleefde, vormen een verhaal op zich. Voor nu volstaat dat zuster nu 93 is en in Nederland woont. Ze is een magisch, open-minded, excentriek en lief mens. Het liefst vermaakt ze mensen met haar dolle yoga-acties. Ze stort zich dan op de grond om haar benen in de lucht te gooien en haar voeten achter haar hoofd op de grond te brengen, terwijl ze ‘Ploeg – schaar – ploeg – schaar’ roept. ‘Ik ben erg erfelijk belast!’ verwijt ik haar graag. En dan moeten we beiden heel hard lachen.

    Angélique de Graaff

    Leave a reply →

Reageer op dit artikel

Cancel reply