Jouw regio: ,
Wijzig regio
Jouw regio: nog niet opgegeven
Wijzig regio
  • De trampoline moet af

    Voor Annemiek moest alles goed zijn; nee, liever perfect. Zelfs als ze iets gedaan of gekocht had, vroeg ze zich af of het niet beter had gekund. De drang naar perfectie was ook zó sterk, dat ze dingen uitstelde. Uitstellen was niet per se twijfelen, maar gericht op ‘beter’. Ik kan me ons eerste gesprek nog goed herinneren: ‘Het lijkt me goed wanneer er een soort van stappenplan komt waarmee ik mijn probleem kan aanpakken. Zodat ik weet wanneer ik wat moet doen.’

    ‘Hoe ziet het stappenplan er volgens jou uit?’ vraag ik. ‘En herken je de manier van denken en werken die hierachter zit?’ Even is het stil. Ze kijkt me aan, kijkt om zich heen en staart naar haar handen. ‘Maar wat moet ik dan doen?’ In deze vraag ligt alles besloten: doen, het goed doen en de controle daarop willen houden. Met die gedachte biedt een stappenplan redding. Alles ligt vast en leidt naar een nieuw verbeterd ‘ik’. Het is een verleidelijke weg en tegelijkertijd een weg die alles opnieuw vastzet. Zowel voor mij als voor Annemiek is het een spannend moment. Wanneer ze geen houvast ervaart, is het voor haar onmogelijk te volgen. Wanneer ik haar te veel houvast geef, blijft ze waar ze is.

    Ik vraag haar te vertellen over haar kind. Zij heeft een zoon van 4 waar ze gek op is. Ze vertelt over hoe ze afgelopen week een trampoline voor hem via de post heeft laten bezorgen. De trampoline moest echter nog wel in elkaar worden gezet. Wat een klusje leek, bleek een klus. Zwetend zat ze in de achtertuin de trampoline in elkaar te zetten terwijl haar zoon om haar heen om aandacht vroeg. ‘Wat denk je?’, vraag ik haar. ‘Wat was zijn verwachting?’ ‘Tja’, zegt ze. ‘Die dacht dat hij direct met mij op de trampoline kon.’ Ze vertelt verder. De veren van de trampoline moeten op spanning worden gebracht, en heel wat onderdelen liggen nog op de stoep klaar om gemonteerd te worden. Ze besluit het kind bij haar ouders onder te brengen, zodat ze ongestoord kan klussen. De trampoline moet die middag af!

    Ik leg twee kussens neer. ‘Stel je voor dat je je zoon Kasper hier zit zitten. Wat wil hij?’ Ze kijkt me bijna geschokt aan en tranen lopen uit haar ogen. ‘Hij wil dat ik met hem speel.’ ‘En wat doe jij?’ vraag ik. ‘Ik breng hem weg, want de trampoline moet af.’ ‘Voor wie?’ vraag ik weer. ‘Wat wil je écht?’ ‘Ik wil bij hem zijn. Ik heb toch al zo weinig tijd met mijn werk, het sporten en al het geregel thuis. Ik wil bij hem zijn’, zegt ze nogmaals.

    Dit blijkt de echte start van ons traject te zijn. Ze snapt dat haar drang naar perfectie haar weghoudt van het belangrijkste in haar leven en haar hoofd telkens doet overlopen, maar ze heeft ook aan den lijve ervaren wat het voor haar betekent om vast te houden aan haar idee van perfectie. Ze ziet ook dat perfectie zich niet laat oplossen door een planmatige aanpak. Tegelijkertijd onderkent ze de kwaliteiten van haar planmatige handelen. Bovenal ziet ze dat het gaat om de liefde te laten spreken, juist op momenten dat roep om perfectie het sterkst is. We zijn nog niet klaar, maar goed onderweg.

    Leave a reply →

Reageer op dit artikel

Cancel reply