Rate this post
  • ‘Een gebitsprothese is maatwerk’
    Rate this post

    Een mooi gebit is als een sieraad. Wanneer je eigen tanden en kiezen echter niet (meer) gezond zijn, kan een gebitsprothese uitkomst bieden. Steeds meer mensen dragen een kunstgebit en door de toenemende vergrijzing zal hun aantal de komende jaren alleen maar verder toenemen. Een goed aangemeten gebitsprothese is nauwelijks van echt te onderscheiden en geeft jou je stralende glimlach weer terug.

    Tandprotheticus Pierre Klerks zit al jaren in het vak en sinds vijf jaar heeft hij zijn eigen praktijk: De Gebitten Centrale. ‘Ik heb ooit de opleiding voor goud- en zilversmid gedaan en van daaruit ben ik dit vak ingerold’, lacht Pierre. ‘Dat lijkt misschien een vreemde stap, maar eigenlijk is het een heel logische. Ik moest regelmatig gouden kronen maken en leerde de technieken om een brugwerk te vervaardigen. Zo deed ik steeds meer binnen de wereld van de gebits­protheses en uiteindelijk ben ik als tandtechnicus gaan werken en later heb ik de opleiding tot tandprotheticus gedaan.’

    Paramedisch specialist
    Het beroep van tandprotheticus, een paramedisch specialist die gespecialiseerd is in het aanmeten en vervaardigen van gebitsprothesen, is nog betrekkelijk nieuw. ‘Vroeger waren er geen tandprothetici’, weet Pierre. ‘Dan ging je gewoon naar de tandarts wanneer je een kunstgebit nodig had. Deze maakte een kaakafdruk en die werd doorgestuurd naar een tandtechnicus die daar een prothese voor maakte. Het belangrijkste was dat het gebit goed paste.’ Door de technische vernieuwingen in de tandtechniek werden er aan zowel het aanmeten als aan de productie van protheses steeds meer eisen gesteld. ‘Vanuit deze ontwikkeling is dertig jaar geleden de zelfstandige beroepsgroep van tandprothetici ontstaan. Wij zijn helemaal gespecialiseerd in het aanmeten en produceren van gebitsprothesen. Een tandtechnicus kent de patiënt niet. Hij weet niet hoe zijn gebit er vroeger uitzag, wat de kleur en vorm van zijn tanden en kiezen was en hoe breed hij lacht. Wanneer ik een prothese aanmeet, breng ik dat allemaal in kaart. Het maakt een gebitsprothese persoonlijker. Het gebit zorgt ook voor een beeldmerk van iemand. Denk maar aan het spleetje tussen de tanden van Rob de Nijs. Dat is karakteristiek voor hem. Daarom vraag ik de klant ook altijd om een oude foto mee te nemen waarop ik kan zien hoe zijn gebit er vroeger uit zag. Door dan net dat ene tandje scheef te zetten, net zoals op die foto, maak je een gebit persoonlijker. Ik neem uitgebreid de tijd om alle informatie te krijgen die ik nodig heb. Dat geldt ook voor het uitzoeken van de juiste kleur van de tanden en het tandvlees. En alles gaat uiteraard in nauw overleg met de klant. Hij moet er helemaal tevreden over zijn. Het is allemaal maatwerk. De gebitsprothese moet goed passen en op de oude tanden lijken. Ons doel is dat hier uiteindelijk een blije klant naar buiten wandelt die weer breeduit durft te lachen. Dat is ons visitekaartje.’

    Van A tot Z
    ‘Wij regelen hier alles, van A tot Z’, vervolgt Pierre zijn verhaal. ‘Er is bijvoorbeeld geen verwijzing van een tandarts nodig om bij ons aan te kloppen. Er is overigens wel een tandarts aan onze praktijk verbonden die hier klanten komt behandelen en verantwoordelijk is voor de implantaten. René Kaboord van Implant Company is een tandarts die zich na zijn tandartsenopleiding gespecialiseerd heeft in het aanbrengen van implantaten.’ Een implantaat zou je kunnen vergelijken met een kunstwortel. Het wordt gemaakt van lichaamsvriendelijk materiaal zoals titanium. Soms is het ook voorzien van een keramische laag. Het implantaat vervangt een afwezige tandwortel. Het implantaat wordt als een schroef in de kaak ingebracht en biedt daardoor houvast aan een kroon, brug of een overkappingsprothese, ook wel klikgebit genoemd. ‘Onze tandarts-implantoloog brengt de implantaten aan. Dat is als het ware een kleine operatie onder plaatselijke verdoving. Er wordt steriel gewerkt, want we moeten ons aan allerlei hygiëneprotocollen houden. Maar na een halfuurtje staat de patiënt meestal weer buiten. De napijn valt heel erg mee. Het bot zelf is gevoelloos, maar het tandvlees natuurlijk niet. Over het algemeen is de hele behandeling veel minder pijnlijk dan het trekken van een tand of kies. De staafjes moeten eerst goed vastgroeien in de kaak en meestal gaat daar een maand of drie over heen. Dan is alles netjes geheeld. In de tussentijd kan het ‘oude’ gebit er gewoon overheen gedragen worden, dat maken we helemaal passend. Na die rustperiode komt er een klikgebit op de implantaten.’ >

    Klikgebit
    De keus voor een gewone gebitsprothese of een klikgebit hangt af van de dikte van de kaak. ‘De eigen tanden en kiezen houden een kaak in vorm. Wanneer er een element getrokken wordt, zal de kaak op die plaats gaan slinken. De kaak wordt dus platter. Dit is vooral bij de onderkaak een probleem. Je ziet dan ook vaak dat een prothese niet goed meer past. Er is niet meer genoeg houvast en daardoor kunnen bijvoorbeeld vervelende drukplekjes ontstaan. We kunnen zo’n prothese dan nog wel rebasen, oftewel opvullen, want hoe beter de prothese aansluit, hoe vaster hij zit. Misschien kun je je dat nog wel uit de natuurkundeles van vroeger herinneren. Wanneer je twee glazen plaatjes op elkaar legt, blijven deze niet aan elkaar vast zitten. Wanneer je er een druppel water tussen doet, zuigen de glaasjes zich aan elkaar vast. Dat is ook de manier waarop een gebitsprothese vast blijft zitten. Door het speeksellaagje tussen het kunststof van de prothese en je tandvlees, zuigt het kunstgebit zich vast in de mond. Wanneer een kaak echter dusdanig plat geworden is dat het nog maar weinig houvast biedt, gaat zo’n gebit makkelijk schuiven en kunnen we een implantaat overwegen. Daar gaat overigens een hele procedure aan vooraf. Een implantaat wordt vanuit de basisverzekering grotendeels vergoed, maar dan moet je wel aan bepaalde eisen voldoen en de zorgverzekering moet het allemaal goedkeuren. Daar hoeft de klant overigens niks voor te doen hoor, dat regelen wij allemaal.’

    Anti-snurk
    Naast diverse soorten gebitsprothesen en de implantaten, kun je bij De Gebitten Centrale ook nog voor iets heel anders terecht: het anti-snurkapparaat. ‘Snurken is een vorm van slaap-apneu’, legt Pierre uit. ‘Snurken ontstaat over het algemeen doordat de zachte weefsels van de mond-/keelholte gaan trillen door de ingeademde lucht. Wanneer je slaapt, ontspant het spierweefsel van je halsgebied zich en daardoor gaan de zachte weefsels, zoals het strotklepje en de huig, meetrillen: het snurken. Met de Silensor, het anti-snurkapparaat, bieden wij daar een passende oplossing voor. De Silensor bestaat uit twee transparante platen die speciaal worden aangemeten. De platen voor de onderkaak en de bovenkaak zitten met twee verbindingsdelen aan elkaar vast. Wanneer nu de mond open zakt, wordt de onderkaak door die twee verbindingsdelen naar voren gebracht waardoor een verwijding van de keelholte ontstaat. De snelheid van de ingeademde lucht neemt daardoor af en daarmee het snurken ook. Daarnaast kun je hier ook terecht voor een mondbeschermer waarmee je vervelend letsel bij risicovolle sporten kunt voorkomen. Bij hockey is het tegenwoordig al verplicht, maar je kunt ook denken aan onder andere rugby, skeeleren of gevechtssporten’, somt Pierre op.

    ‘Neem gerust contact op wanneer je problemen hebt met je gebits­prothese. Je hebt geen verwijzing nodig en we helpen je graag!’ 

    Leave a reply →

Reageer op dit artikel

Cancel reply