Jouw regio: ,
Wijzig regio
Jouw regio: nog niet opgegeven
Wijzig regio
  • ‘De patiënt is de baas over ons contact’

    Een ziekenhuis is een ‘doe’-instelling: een gebouw waarin vooral veel gedaan wordt, door chirurgen, verpleegkundigen enzovoort. Maar omdat het in ziekenhuizen gaat om essentiële zaken als gezondheid en leven en dood, is geestelijke ondersteuning geen overbodige luxe. Daarom zijn er in ziekenhuizen geestelijk verzorgers werkzaam.

    Henk van der Spoel is geestelijk verzorger binnen het Ommelander Ziekenhuis Groningen. ‘Ik zie veel patiënten die slecht nieuws over hun gezondheid te horen hebben gekregen en dat moeten verwerken. Ik spreek mensen die in een crisissituatie zitten; die in een chaos in hun levensloop terechtgekomen zijn. Ze zijn, afhankelijk van de situatie, uit het lood geslagen en boos of verdrietig, of allebei, en hebben allerlei vragen waarvoor ze bij de doktoren niet terecht kunnen. Soms is er sprake van een levensbedreigende situatie met grote onzekerheden. Er is bijvoorbeeld een onderzoek geweest en de patiënt is in grote onzekerheid over de uitslag. Onzekerheid is vaak moeilijker te verdragen dan zekerheid.’

    Toeschouwer van jezelf
    De impact van een operatie of behandeling kan groot zijn. Van der Spoel: ‘Als bij iemand bijvoorbeeld een voet moet worden geamputeerd, dan kan die een prothese krijgen en opnieuw leren lopen, maar die persoon is toch een voet kwijtgeraakt, en dat gegeven alleen kan al veel ­emoties losmaken.’
    Zodra iemand in een ziekenhuis terechtkomt, bevindt die zich in een ongewone situatie. ‘Je wordt als het ware een toeschouwer van jezelf. Allerlei mensen bemoeien zich met je gezondheid, en het volle besef van de situatie kan een tijdje duren. Soms wordt de situatie geaccepteerd, maar soms ook niet.’

    Praten lucht vaak op
    De geestelijk verzorger is er voor degenen die steun zoeken van een buitenstaander. ‘In het leven zijn er allerlei dingen die je leert door ervaring. Je weet dan wat je moet doen, omdat je het vaker meegemaakt hebt. Maar als je met iets onbekends geconfronteerd wordt, zoals de mededeling dat je ongeneeslijk ziek bent, dan is daar geen handleiding voor. Het is dan vooral goed om je eigen manier te zoeken om ermee om te gaan. Praten lucht dan vaak op. Het kan rust geven als de patiënt de eigen ongerustheid kan delen met iemand die tijd heeft en luistert, en begrijpt dat die bang is. Ik kan niet genezen, maar wel helpen bij de verwerking, en er zodanig voor de patiënt zijn, dat die orde krijgt in de eigen chaos. Ik luister vooral, en heb niet van tevoren een agenda. De patiënt is de baas over ons contact. We praten over zaken die er voor de patiënt echt toe doen, zoals over wat de patiënt nog kan en wat voor hem of haar belangrijk is. De gesprekken maken de last van de patiënt niet lichter, maar de patiënt kan die last hopelijk beter dragen.’

    Leave a reply →

Reageer op dit artikel

Cancel reply